Georg Friedrich Händel

handel1-150x160Georg Friedrich Händel werd op 23 februari 1685 in Halle an der Saale in Duitsland geboren. Hij kwam uit een amuzikale familie. Zijn vader was als arts aan het hof van de keurvorst van Hannover verbonden. Dat bracht ook de jonge Händel in hofkringen. Nadat de hertog van Saksen de achtjarige Georg had horen spelen, bevorderde hij dat Georg een muziekopleiding kreeg bij een organist. Händel ontwikkelde zich spoedig tot een befaamd orgelspeler en werd organist van de kerk in Halle. Spoedig daarna vertrok hij echter naar Hamburg om violist te worden, en daar ontmoette hij een De Medici die hem uitnodigde naar Florence te komen.

In een omgeving met componisten en zangers componeerde Händel zijn eerste opera, Rodrigo, en nadien in Rome een eerste oratorium. In Italië ontmoette hij ook Scarlatti en met hem speelde hij orgelimprovisaties. In Venetië componeerde hij in 1709 de opera Agrippina. In 1710 keerde hij terug om in Hannover hofkapelmeester te worden, maar hij ging dat jaar tevens al naar Londen, waar hij de opera Rinaldi schreef. In 1712 keerde hij vanuit Hannover terug in Londen, waar hij o.a. voor koning George I de Water Music componeerde. Hij was inmiddels een veelgevraagd componist, die diverse cantates en opera’s schreef.

Koning George I, de keurvorst van Hannover die in 1714 koning van Groot-Brittannië was geworden, naturaliseerde Händel in 1727 tot Brit. Georg Friedrich Händel werd George Frideric Handel. Voor de kroning van George II en diens echtgenote Carolina op 11 oktober 1727 in Westminster Abbey schreef Handel de Coronation Anthems. Handel kreeg de opdracht daarvoor nadat hofcomponist William Croft in augustus 1727 was overleden. Pas in september was bekend wat de kroningsmis zou inhouden, maar blijkbaar was die korte tijd voor hem geen probleem.

In Engeland componeerde Handel onder meer de Engelstalige The Beggar’s Opera. Toch was zijn verblijf in Engeland niet in alle opzichten een succes. Zijn opera’s waren minder succesvol en dat leidde tot lichamelijke klachten en zelfs een beroerte. Niettemin componeerde hij in 1739 het oratorium Saul en in 1741 The Messiah. In 1739 werd tevens Ode for St. Cecilia’s Day geschreven. Daarna volgden onder meer nog Judas Maccabeus (1746), Joshua (1747) en in 1748 ter gelegenheid van de Vrede van Aken Music for the Royal Fireworks, dat wel een enorm succes kende. In 1750 en 1751 waren Theodora en Jephta zijn laatste oratoria. Vanwege blindheid moest hij met componeren stoppen. Op 6 april 1759 stierf hij in Londen. Hij werd begraven in Westminster Abbey.